Je moet klein durven dromen

Mijn Engelse parttime buurman Philip stuurt z’n witte Renaultje vanuit ons gehucht eerst 25 kilometer door de bossen van de Double saintongeaise, over lege wegen zonder belijning. Meestal moppert hij dat zijn Leeds United het weliswaar aardig doet, maar het ook dit seizoen wel weer in slotfase zal laten liggen. Vandaag is hij optimistischer, ze hebben zojuist Preston North End verslagen en concurrent Sheffield United heeft verloren. Terugkeer naar de Premier League is nu echt in zicht.

Hij woont het grootste deel van de tijd in Engeland, en zoveel dagen als na Brexit nog is toegestaan verblijft hij in Frankrijk, in zijn huis aan ons doodlopende bosweggetje. Als Bordeaux thuis speelt, gaan we samen heen.

Van Philip hoeft Leeds overigens niet per se te promoveren. Wordt alles meteen weer onbetaalbaar, denkt hij. Maar goed, als het gebeurt is het natuurlijk wel weer leuk – als je niet vervolgens vijventwintig wedstrijden verliest.

Vanuit het bos, waar we in twintig minuten twee andere auto’s zagen rijden, draaien we de snelweg op naar Bordeaux. We passeren nog meer bossen, wijngaarden en twee voormalig tankstations die zijn omgebouwd tot woonhuizen. Ook komen we langs L’Ange Bleu, een music-hall die in alles doet denken aan 1983 en waar ook vanavond in rood licht de cancan zal worden gedanst. We steken de Dordogne over en een paar minuten later kunnen we vanaf de brug over de Garonne het stadion van onze geadopteerde club zien liggen.

Op een spuuglelijk kantorenpark aan de rand van de stad parkeren we voor een hotel vol Oost-Europeanen, waarvan een deel op een muurtje zit te roken en naar de langstrekkende mensen kijkt. De laatste kilometer lopen we in een gestaag aanzwellende optocht over een lange rechte laan, langs een autosloperij en verlaten kantoorpanden waarvan de ramen zijn ingegooid. Aan de weg staan caravans van waaruit bier, friet en broodjes merguez worden verkocht.

Drie jaar geleden verhuisden m’n vrouw en ik naar Zuidwest-Frankrijk. We wilden rust, beter weer, konden werken vanuit huis en dat huis was vijf keer goedkoper dan een huis in Nederland. We zagen vrijwel alleen maar voordelen. Het enige wat ik echt zou missen was elke twee weken met m’n broers en m’n maten naar het stadion. Na 35 jaar geen seizoenkaart meer bij AZ.

De glorietijd van Nygaard, Kist en het kampioenschap van 1981 heb ik gemist. Ik kwam een jaar of vijf later voor het eerst het stadion binnen, toen het verval op en rond het veld al onstuitbaar was. AZ zakte steeds verder weg, degradeerde en het stadion werd leger en leger, tot we op slechte avonden met 2500 man naar geploeter keken tegen SV Veendam, FC Wageningen en VC Vlissingen.

Ik noem het slechte avonden, maar eerlijk gezegd vermaakte ik me uitstekend met m’n vrienden. We hadden de slappe lach van onze eerste jointjes, ziekenhuisballen waren juist grappig en geen uitslag kon ons humeur echt verpesten. We speelden bijna altijd zaterdagavond om 19:30 uur, dus na de wedstrijd gingen we nog stappen of bij iemand in de schuur zitten drinken, dus ook een dikke nederlaag betekende nog niet dat de hele avond was verziekt.

Ik groeide als supporter op in het bescheiden stadion in de Alkmaarderhout, dat ik mij niet anders herinner dan oud en vervallen. De verleiding is groot om met een sentimentele blik terug te kijken, maar zo warm als ik het krijg van herinneringen aan kolkende tribunes tijdens Europese wedstrijden onder Co Adriaanse, zo koud was het als we ‘s winters met bevroren voeten op de afbrokkelende betonplaten naar AZ – RBC keken. De enige warmte kwam dan van de damp die opsteeg uit de pisbakken.

Later verhuisden we naar het nieuwe stadion in de Kooimeer. We namen een vaste plek in op de bovenste rijen van de tribune, zoals we dat ook in de Hout hadden gedaan, naast dezelfde groep uit Petten en Groet waar we eerder ook altijd naast bivakkeerden. Ons nieuwe huis stond in een open weiland en had open hoeken, waardoor er vaak een gierende wind door het stadion joeg. Het was kil, maar we maakten onszelf wijs dat de tegenstander er meer last van had dan wij.

FC Girondins de Bordeaux leerde ik kennen in het stadion dat officieel Matmut Atlantique heet, vernoemd naar een verzekeraar, maar door de supporters Stade René Gallice wordt genoemd. Het werd gebouwd voor het EK van 2016 en telt 42.000 stoeltjes, is van binnen prettig ruim opgezet en kan heel sfeervol zijn. Het werd afgelopen zomer gebruikt voor de Olympische Spelen en in de zomerstop zijn er concerten van bands als Muse en Depeche Mode. In maart zat het vol voor de kraker in de Franse rugbycompetitie: Union Bordeaux Begles tegen Stade Toulousain. UBB heeft een eigen stadion waar ruim 30.000 man in gaat, maar wijkt voor toppers soms uit om nog meer fans te kunnen ontvangen.

Toen Bordeaux in Ligue 1 speelde was het stadion vaak uitverkocht, maar voor de huidige club is het een maatje te groot. Ook hier heb ik de gloriejaren gemist en kwam ik binnen terwijl het verval al was ingezet. De eerste wedstrijden die ik zag in seizoen ‘22-‘23 werden gespeeld in Ligue 2. De zesde club van het land, een instituut in het Franse voetbal, kampioen geweest, internationals als Dugarry en Lizarazu voortgebracht, Champions League gespeeld, in 2018 nog Europa League gespeeld, trad nu aan tegen clubs als Pau en Concarneau, soms in stadions waarin maar 2.500 toeschouwers pasten.

Met de degradatie was de bodem echter nog niet bereikt. De eigenaar van de club, ondernemer Gérard López, zette alles op alles om onmiddellijk terug te keren naar Ligue 1, maar in de slotfase van het eerste seizoen op het tweede niveau ging het mis. In een thuiswedstijd tegen Rodez kon Bordeaux promotie praktisch veiligstellen, maar ze speelden met lood in de benen en kwamen in de tweede helft op achterstand. Doelpuntenmaker Lucas Buades vierde zijn goal door achter het doel de harde kern van Bordeaux uit te dagen, kreeg een duwtje van een supporter en deed of hij keihard was neergeslagen. Rodez liep van het veld en weigerde verder te spelen, waarna Bordeaux reglementair werd gestraft en de broodnodige punten misliep. Niet Bordeaux maar Metz promoveerde.

Daarmee was de financiële crisis compleet. Het Franse voetbal kent een waakhond, Direction Nationale du Contrôle de Gestion (DNCG), die scherp in de gaten houdt of begrotingen realistisch en verantwoord zijn, en dat was hier bepaald niet het geval. De salarisdruk was veel te hoog en er werd gerekend op tv-gelden die niet kwamen omdat de Franse bond de uitzendrechten niet verkocht kreeg. Vanwege het financiële wanbeleid werd de club na de degradatie nog een divisie teruggezet. Bordeaux belandde op het derde niveau, National 1. Dit leidde ertoe dat de begroting al helemaal niet meer rond te breien was, waarna uitstel van betaling werd aangevraagd. Iedereen in dienst van de club werd ontslagen en alle spelers liepen gratis weg.

Bordeaux werd onder curatele gesteld, moest noodgedwongen afstand doen van de status als profclub en moest nog een divisie lager gaan spelen. National 2 bestaat uit drie divisies van 16 clubs op semiprof-niveau met per wedstrijd gemiddeld zo’n 700 toeschouwers. De totale club moest worden gerund met een begroting van maximaal 1 miljoen euro, inclusief een verplicht tweede elftal, een vrouwenelftal en een jeugdopleiding. Er mocht van de bewindvoerder geen cent extra worden uitgegeven.

Er werd een nieuw team bij elkaar geschraapt van talenten uit de eigen jeugdopleiding en journeymen uit de marges van het betaald voetbal, afkomstig uit landen als Benin, Senegal, Ivoorkust en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Ook meldde verdediger Cédric Yambéré zich, een jongen van de stad die nog met Bordeaux in Ligue 1 had gevoetbald. Na een carrière bij clubs in Rusland, Griekenland, België, Saoedi-Arabië, Cyprus en de Faeröer eilanden zou hij eigenlijk stoppen, maar nu, op zijn 34e, zei hij dat hij als kind van de club de teloorgang niet kon aanzien. Hij kwam in ieder geval weer een seizoen voetballen. De eerste competitiewedstrijden van Bordeaux in augustus werden uitgesteld omdat er nog niet genoeg spelers waren gecontracteerd. Toen alsnog voor het eerst werd afgetrapt kenden veel spelers elkaar nog geen week.

Toch was er vertrouwen. Er had zich namelijk ook een klein wonder voltrokken. De club had een speler van naam en faam gestrikt, een Engelse ex-international die bij Newcastle en West-Ham United in de spits had gestaan: Andy Carroll. Nog maar 35 jaar oud, en ja, hij was wel eens geblesseerd geweest, maar het was geen man van glas en kwam gewoon door de keuring. Hoe kon dit?

Carroll haalde in Engeland regelmatig de sensatiepers na vermeende avonturen met fotomodellen of knokpartijen in het uitgaansleven. Op een gegeven moment was hij de gutter press spuugzat en gaf hij zijn zaakwaarnemer opdracht een leuke club uit zoeken op het vaste land. Hij wilde gewoon lekker voetballen en in een fijne omgeving wonen, zonder hijgerige pers in z’n nek. Het salaris interesseerde hem niet. Het ging hem zakelijk voor de wind omdat hij zijn hysterische salarissen uit de Premier League-periode verstandig had geïnvesteerd. Hij belandde bij Amiens SC in Noord-Frankrijk en speelde lekker zijn wedstrijdjes in Ligue 2. Na een seizoen liet hij zich verleiden om naar Bordeaux te verkassen, waar het leven nog iets beter is.

Hij begon meteen vlot te scoren en genoot van de anonimiteit op de vaak zonovergoten pleinen van de stad. Hij bracht ook duidelijkheid in de tactische aanpak van Bordeaux: alle ballen hoog op Andy, die ze doorkopt of aanneemt op de borst en dan uithaalt. Dat alles doet hij voor ongeveer 1600 euro per maand. ‘Mijn woonlasten zijn hoger,’ zei hij lachend in een zeldzaam interview. Hij zei ook dat hij lekker in z’n vel zat, mede omdat hij bij de bakker en in restaurants met rust wordt gelaten.

Waarom ga je geen club uit Ligue 1 volgen, vroeg een vriend. Een club kies je niet na een vergelijkend warenonderzoek, alsof het een product of dienst is. Ik vind dat je in principe de club van je eigen gemeenschap moet steunen, dus je eigen stad of streek. De dichtstbijzijnde L1-clubs zijn Angers en Toulouse, beiden op bijna vier uur rijden. Ik ben met de auto sneller bij Real Sociedad. Die club spreekt me ook meer aan dan Toulouse of Angers. Maar Bordeaux is de club van hier, en ik ben nu van hier, dus ga ik naar Bordeaux. Dan maar geen Ligue 1.

Vandaag melden zich zo’n 15.000 supporters voor de wedstrijd tegen US Saint-Malo, bijgenaamd de Zwarte Duivels, de huidige koploper en een van de belangrijkste rivalen voor directe promotie. Er hadden meer toeschouwers bij kunnen zijn, maar er is concurrentie in eigen stad: UBB rugbyt 8 kilometer verderop vrijwel gelijktijdig de kwartfinale van de Europese Champions Cup tegen Munster. Daar zitten 30.000 mensen waarvan een deel anders hier was geweest.

Saint-Malo speelt thuis meestal voor zo’n 1.300 toeschouwers. Er is sinds oprichting in 1902 nooit meer gewonnen dan een regionaal kampioenschap. Voor de meeste spelers zal de wedstrijd in dit stadion en met zoveel publiek een hoogtepunt in hun voetballoopbaan zijn.

Bordeaux was dit seizoen lang in achtervolging op Saint-Malo en nam eind januari de eerste plaats van de ranglijst over die recht geeft op promotie naar National 1. In februari en maart werd echter een onverklaarbare reeks van vijf nederlagen op de mat gelegd, waardoor Saint-Malo de koppositie weer overnam. Vorige week werd eindelijk weer eens gewonnen: 1-2 bij Saint-Pryvé Saint-Hilaire FC. (Twee keer Andy Carroll.) Vandaag moet gewonnen worden om met nog vijf wedstrijden op het programma op drie punten te komen, en op vijf punten van de derde mededinger, Stade Briochin. Het is een ouderwetse zespuntenwedstrijd.

Een deel van de Bordeaux-aanhang verzamelt zich normaal gesproken al anderhalf uur voor aanvang op het supportersplein voor het stadion. Groepjes vrienden, vaders en zonen en hele gezinnen zitten dan gemoedelijk aan picknicktafels, tussen foodtrucks met friet en bier. Kinderen kunnen latje trap doen, soms is er een deejay. Vandaag is het grijs en met 18 graden voor lokale begrippen behoorlijk fris, dus de meeste fans gaan vroeger naar binnen en hangen op de brede gaanderij achter de tribunes waar ze overdekt en uit de wind kunnen eten, drinken en voorbeschouwen.

In de Alkmaarderhout kon je een klef wit puntje met een halve rookworst krijgen. In het Victorie Stadion werd het iets chiquer: er kwamen saucijzenbroodjes bij. In Stade René Gallice verkopen ze hamburgers en patat, maar ook broodjes eendenvlees en tosti’s met kastanjechampignons. In tegenstelling tot de meeste Nederlandse stadions is het trouwens ook toegestaan om zelf eten mee te nemen. We zaten een keer op de hoofdtribune naast twee vrouwen die allebei een halve meloen leeg lepelden. Ook gingen er bakjes aardbeien rond.

Er is vandaag voor de poorten niets te merken van de onderlinge spanningen die de club al twee jaar plagen. Tijdens de coronaperiode ontstond een afsplitsing binnen de harde kern, de Ultramarines. Een groep scheidde zich af en vestigde zich voortaan onder de naam North Gate op de Noord-tribune, pal tegenover hun rivalen. Er ontstond steeds meer wrijving, vooral ook over hoe de supporters zich moesten opstellen tijdens de sportieve crisis en tegenover het bestuur. Uiteindelijk mondde het uit in onderlinge vechtspartijen rond het stadion. De club moest voor straf wedstrijden zonder publiek spelen, maar dat had amper invloed op het conflict. Supportersgroepen begonnen elkaar ook thuis lastig te vallen en in december ontstonden rond het stadion rellen waarbij de politie traangasgranaten inzette. De kopstukken van de supportersgroepen werden op het matje geroepen bij de gouverneur van het departement, die zei dat het nu afgelopen moest zijn omdat hij anders helemaal geen publiek meer zou toelaten. Gezien het belang van entreegelden in de begroting zou dat het einde van de club kunnen betekenen. Sindsdien is het rustig, in elk geval aan de oppervlakte.

We gaan naar binnen met ons kaartje van 7 euro, worden bij wijze van fouillering ritueel op de jas geklopt en lopen de hoge betonnen trappen op naar de promenade achter ons vak. Dit keer staan we – jawel, we staan – achter het doel bij de Ultramarines, die minstens 90 minuten lang zullen zingen, hoe slecht het ook gaat. Boven onze hoofden zwaaien enorme vlaggen heen en weer met onder meer de piratenkop die sinds de jaren ‘80 als logo wordt gevoerd, een Jamaicaanse vlag en een rood-geel-groene rastavlag. We staan in een walm die flashbacks geeft naar Nederlandse coffeeshops in de jaren ’90. Dat er zoveel wordt geblowd verbaast me niet, het is een betaalbaar alternatief voor de biertjes van 7 euro voor 0.4 liter.

De meeste supporters dragen, net als wij, een shirt van de club met de kenmerkende V op de borst, le scapulier, of blauwe shirts van de Ultramarines. Vrijwel niemand draagt het zwarte North Face-uniform dat in Nederland vaak verplicht lijkt op de tribunes.

Het gesprek van de dag blijft de toekomst van de club. Iedereen vervloekt eigenaar Gérard López, de man die alles wat hij aanraakt in stront verandert. Hij liet eerder rokende puinhopen achter bij Lille OSC en stond ook een tijd aan het roer bij Formule 1 team Lotus, totdat dit project bijna verzoop in schulden en voor één euro moest worden verkocht aan Renault. De hoop van velen, waaronder de burgemeester van Bordeaux, is nu gevestigd in de Duitser Oliver Kahn, die niet onverdienstelijk zou hebben bestuurd bij Bayern München. Hij heeft naar verluidt met een groep Franse investeerders onlangs een eerste bod gedaan om de club over te nemen. López staat open voor een mede-eigenaar, maar wil niet helemaal vertrekken en wil vooral ook zelf de sportieve koers blijven bepalen. López kan zich inmiddels niet meer zonder beveiliging in of rond de stad laten zien. In mei worden de gesprekken met Kahn vervolgd.

Een deel van de aanhang wil geen op rendement beluste investeerders of volgende zakenman die de club als speeltje overneemt. Zij willen het instituut vanaf nul weer opbouwen en onder collectief eigenaarschap van fans en sponsors brengen. Een model dat mij ook aantrekkelijk lijkt, gewaarschuwd als ik ben door de ervaringen bij AZ met een even ambitieuze als ijdele zakenman. Dirk Scheringa behoedde de club in de jaren ‘90 van een faillissement, maar liet ons in 2009 ook bijna met zijn woekerimperium ten onder gaan. M’n buurman heeft zich erbij neergelegd dat je in Engeland eigenlijk niet meer anders kan dan jezelf overgeven aan het grote geld van buiten. Leeds United is inmiddels in handen van een Amerikaanse groep investeerders die ook de San Francisco 49’ers bezitten.

Vlak voor de wedstrijd komt violiste Marie Novotná het veld op. IN een jurk met eroverheen ene shirt van de club geeft ze haar vertolking van het onofficiële clublied, het catchy jaren ’90 hitje Narcotic van eendagsvlieg Liquido. De Ultramarines zingen mee en laten grote spandoeken over de tribune rollen: ‘Notre Passion Fera Votre Force’. Vanaf het moment dat de spelers het veld op komen voor de aftrap houdt het zingen niet meer op. Wie bij de Ultramarines wil staan wordt geacht mee te doen, anders ga je maar in een van de andere vakken zitten. Dit is het enige vak in het stadion dat vrijwel altijd uitverkocht is, dus als je niet wilt bijdragen aan de sfeer: voor jou tien anderen. Er staat een capo voor het vak en als die zegt dat alle sjaaltjes de lucht in gaan, dan gaan alle sjaaltjes ook gedisciplineerd de lucht in.

Et quand arrive le week-end, je pense à toi
FCGB, à tes cotés
Je chanterai pour toi
Avec la foi

Na de onofficiële aftrap, verricht door Adrien Cachot, een bekende tv-kok uit Bordeaux met een sterrenrestaurant in Parijs, begint de wedstrijd. Bordeaux gooit een paar vruchteloze lange ballen naar voren. Saint-Malo probeert voetballend druk te zetten, maar stuit op een redelijk gesloten defensie. Na 7 minuten gaat Bordeaux-middenvelder Soufiane Bahassa zitten, hij heeft een probleem met een knie en kan niet verder. Yvan Ikia Dimi neemt zijn plaats en hij is het die zeven minuten later een indraaiende voorzet knap binnenkopt: 1-0.

Het stadion juicht en er worden wat fakkels ontstoken. Prima. Ik zie liever fakkels dan de keurig in een rijtje opgestelde rookmachines zoals je in Nederlandse stadions vaak ziet. Die apparaten horen in dezelfde container als kunstgras, evenementenbier en halfomhalfsjaaltjes met ook het logo van de tegenstander erop.

Saint-Malo heeft twee spelers die net als Carroll bijna de twee meter aantikken, waardoor de hoge ballen regelmatig serieus worden betwist. De ballen die de Brit wel aflegt worden vervolgens verspeeld, waardoor er weinig nieuwe doelkansen ontstaan. Saint-Malo weet opbouwend weinig voor elkaar te krijgen. Het spel gaat wat op en neer, maar spannend wordt het eigenlijk niet. Op de tribune blijft de sfeer optimistisch en is een vrolijk cynisme de grondtoon als het even minder gaat.

Ik kom incidenteel terug naar Alkmaar als ik voor werk of familie in Nederland moet zijn. Ik zag AZ in september winnen van Elfsborg en verliezen van Utrecht, en in december was ik erbij toen we Ajax thuis versloegen. De koffie was nog even slecht, de grappen waren nog even dom en de koppen wat grijzer. Het was thuiskomen, want het ‘nieuwe’ stadion is echt ons huis geworden, we wonen niet in onze heimwee. En dit relatief nieuwe stadion is ook al weer 20 jaar oud, er zijn inmiddels genoeg nieuwe herinneringen gemaakt. Als ik de tribune op loop kijk nog altijd even naar het oude stoeltje van m’n vader die al 17 jaar niet meer onder ons is.

Ook hangt de historie van de club gewoon in de lucht. Dat ga ik bij Bordeaux waarschijnlijk nooit zo ervaren. Ik kan boeken lezen en op Youtube nog zo lang de geschiedenis van de club bestuderen, en het is leuk om er iets van te weten, maar feitenkennis is iets anders dan sporen in je ziel die zelf beleefde momenten hebben achterlaten. Die hangen niet alleen samen met de hoogtepunten zoals die op Wikipedia staan, maar ook met dieptepunten die indruk maakten. Het promoveren in 1998, het landskampioenschap van 2009 en de bekerwinst van 2013 waren schitterend, maar het na één jaar eredivisie al weer degraderen in Waalwijk in 1997, het misgelopen kampioenschap bij Excelsior in 2007 en vooral de traumatische Europa League-wedstrijd van 5 mei 2005 tegen Sporting Club wegen minstens zo zwaar. Littekens kan je niet inhalen als nieuwe supporter, als zij-instromer.

In de tweede helft blijft het spelbeeld hetzelfde. Naast ons staat een groep jongens die non-stop jointjes draaien en roken en hun ogen worden steeds kleiner. Een van hen haalt uit z’n rugtas een zak madeleines en deelt ze uit onder z’n vrienden, kleine cakejes die ideaal zijn als je hebt geblowd en de munchies krijgt, of in goed Nederlands: een vreetkick. Z’n vrienden juichen om deze verrassing en slaan hem op de schouders en halen hun handen door z’n krullenbos en scanderen z’n naam: Michel! Michel! Michel! Philip en ik krijgen er ook een.

Er wordt niet meer gescoord en nadat het eindsignaal heeft geklonken koken de spelers het vak bedanken. Ze worden nog een keer toegezongen.

Écoutez
Écoutez chanter les Bordelais
Ce soir on va gagner
Et le stade va s’enflammer

Hoewel we met deze uitslag derde staan met nog vijf punten achterstand op de nieuwe koploper Stade Briochin, en nog drie op Saint-Malo, overheerst bij het verlaten van de tribune het optimisme. De mensen rekenen en nemen alle mogelijke scenario’s door. Volgende week spelen we uit tegen Stade Briochin, waar we met winst op twee punten komen. Dan moet die nog tegen die, en die tegen die, en dan komt het waarschijnlijk aan op de laatste dag, maar dan moet het goedkomen. Er is vertrouwen en hoop dat we volgend jaar op het derde niveau spelen. Terwijl ik wacht bij de WC’s speculeert een man verder: als Oliver Kahn de club koopt en we weer mogen investeren, dan spelen we over anderhalf jaar weer in Ligue 2. Dan kunnen we over 2,5 jaar weer terug zijn waar we horen, in Ligue 1. Of het gaat helemaal mis, zegt een jochie, waarschijnlijk zijn zoontje, en dan spelen we volgend jaar gewoon weer National 2. De man negeert hem.

De laatste competitiewedstrijden van AZ kijk ik thuis via het Ziggo-abonnement van m’n broer. Ook de Bekerfinale van AZ tegen Go Ahead Eagles zal ik vanuit Frankrijk meemaken, met lichte jaloezie richting m’n vrienden in de Kuip. De laatste twee thuiswedstrijden van Bordeaux kan ik niet bijwonen, maar wel zien via regiozender tv7 op kanaal 377. Uitwedstrijden worden nergens uitgezonden, daarvan kan ik het verloop alleen volgen via het instagramkanaal van de club. Verder hou ik online in de gaten wat Leeds United doet, en via Whatsapp zal ik Philip feliciteren of moed inspreken.

Hoe het seizoen van Bordeaux ook eindigt, ik heb besloten een seizoenkaart te nemen. Ik zal vaker niet dan wel gaan, dus losse kaartjes kopen is eigenlijk goedkoper, maar ik wil de club gewoon steunen. Wie weet liggen er mooie dagen voor ons, in de verre toekomst. Maar eerst nog een paar weken hopen op voetbal in de derde divisie. Je moet soms ook klein durven dromen.

Dit stuk verscheen voorjaar 2025 in Hard Gras #162